Laatst
zaten we in een tearoom rustig een ijsje te verorberen en zat er naast ons een
tafel met mensen die duidelijk ouder waren dan 60 jaar. Het was een bont
gezelschap van mannen en vrouwen van alle leeftijden op zondagse uitstap.
Na wat
gepraat over koetjes en kalfjes ging hun gesprek over de Rode Duivels die die
avond hun wedstrijd tegen Estland moesten spelen. Het gesprek werd geopend met
de oneliner dat er “toch wel heel veel gezeverd werd over die rode duivels”,
verwijzende naar de enorme media-aandacht die onze Belgische Elf kregen. Vervolgens
hebben ze zeker gedurende vijftien minuten gepraat over wie al dan niet moest
opgeroepen worden voor het Belgische team en wie al dan niet goed speelde. Het
einde van het gesprek was heel interessant en heel abrupt. Eén iemand kaartte
het onderwerp Kompany aan en vroeg zich af of hij nog wel ging spelen voor
Belgie en of hij al dan niet fit ging geraken. Het gesprek werd door 1 zestiger
in het gezelschap gestopt met de oneliner: “volgens mij is dat allemaal
marketing”
Ik vond het
op zich als iemand die beroepsmatig bezig is met marketing, allemaal wel een
interessant geluistervink met toch wel een paar realiteitschecks.
Realiteitscheck
1 was dat alhoewel mensen duidelijk aangeven dat ze de media-aandacht die aan
iets besteed word, buiten alle proportie vinden en bijna te kennen geven dat ze
er zich aan ergeren, ze er toch vlotjes 15 minuten over blijven doorbomen. Ik
ben er bijna zeker van dat ze allemaal die avond zullen gekeken hebben naar de
wedstrijd ook. Dus hoef je dan eigenlijk wel een “lovebrand” te zijn of moet je
er gewoon naar streven om voldoende input te geven om “the talk of the town” te
zijn?
Een 2de
realiteitscheck voor mij was dat marketing zo opeens als een deus ex machina
kan neerdalen over dagdagelijkse situaties. Wanneer het wat onjuist of wat
onecht lijkt te zijn of wanneer het onverklaarbaar is, kan het verklaard worden
door marketing. Het klonk echt bijna als een verwijt. En meer nog dan een
verwijt aan Kompany, was het een verwijt aan “marketing”.
Hierop nauw
aansluitend, is de 3de realiteitscheck dat zelfs een oudere
generatie marketing denkt te kennen of in veel zaken de hand van marketing
ziet. Daarenboven gaan ze dit ook zo benoemen. Mijn grootouders die eerder 80+
zijn, spreken nog over “reclame” en “uw dingen proberen te verkopen”.
Zo zorgde
het ijsje voor een koude shock die door mij ging. En nee, de “marketing” van
Sensodyne hoeft mij niet te benaderen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten